Boek1

Inspiratie 2


De Drie-eenheid en Verwerkelijking van Verlichting en Bevrijding



Samenvatting

Ten tweede worden we gewezen op het idee van de zogenaamde drie-eenheid. Niet alleen bestaat er Vedisch - d.w.z. gebaseerd op de klassieke Indiase kenniscultuur - een drievoudige verdeling van de natuur in de zin van de drie natuurlijke basiskwaliteiten van de goedheid (licht), de hartstocht (beweging) en de onwetendheid (traagheid) alsook een geest ingebed tussen ons ego vanbuiten en onze ziel vanbinnen. Er is ook de oppositie van het persoonlijke en het onpersoonlijke waartussen we een lokaal bestaan genieten. Vorderen in de spiritualiteit houdt overstijging in alsook het vinden van bevrijding. Deze twee zaken zijn niet helemaal hetzelfde, behalve dat ze twee vormen van vooruitgang vormen. Met het op een hoger niveau van dienst verlenen benaderen van het persoonlijke niveau van goedheid, bezieling en gelukzaligheid, vinden we bevrijding in toegewijde dienst. Geestelijk vooruitgaand echter in bovenzinnelijkheid vindt men verlichting in meditatie in een staat van waarheidsliefde (ook wel eeuwigheid), bewustzijn en geluk, drie essentiële kwaliteiten van de Allerhoogste Persoon. En zo hebben we dan rekening te houden met een complicatie aan drievoudigheden als we reiken tot. In toegewijde dienst emancipeer je en bouw je gezelschap op en in meditatie, afgekeerd van de wereld, overstijg je om verlichting te vinden in Zijn transcendentie. De ene manier heeft de andere nodig want Hij, Ons Ideale Zelf, is de Heer Volledig Aanwezig Vanbinnen en Vanbuiten.

Als we spreken van de persoon, hebben we, vanuit een gnostisch gezichtspunt - het gezichtspunt van de kennis over onze spirituele zelfverwerkelijking - een zeker inzicht wat betreft de structuur van wat we de persoon noemen. Er is het egobesef, geïdentificeerd met een bepaalde gedaante. Er is de notie van geest die staat voor de manier waarop een persoon kijkt naar - en denkt over - de wereld en zichzelf en we hebben de notie van een ziel, het ware zelf dat de innerlijke persoon vormt met een geweten en een constante aanwezigheid. Deze drie-eenheid vormt een soort van topografie van de persoon als we van buiten naar binnen redeneren.

De eerste notie van ego is nauw verbonden met onze materiële positie en type lichaam. Ego is de zetel van ons ik-besef voor zover het gaat over ons lichaam. Dit is noodzakelijk, want we moeten zorgdragen voor deze allerkostbaarste gift die we van onze ouders ontvingen. Het is een zegen een menselijk lichaam te hebben. Met een menselijk lichaam geniet men een veel groter vermogen tot vrije keuze. We worden als menselijke wezens niet alleen bepaald door instinct op een dierlijk niveau om te slapen, te eten, ons voort te planten en onze materiële belangen te verdedigen. Wij mensen hebben iets extra's wat we de rede noemen. Deze rede is er toe in staat ons te motiveren voor zogenaamde hogere doelen. We kunnen opstijgen tot het niveau van superieure goden of god-gelijke mensen maar hebben ook de mogelijkheid om met die zelfde rede te vervallen in heel wat kwalijker gedrag dan dat van dieren, gezien de mate waarin wij mensen er toe in staat zijn om in oorlogen en andere destructieve confrontaties er een hel van te maken. Hoe groter we kunnen zijn, hoe erger we eveneens kunnen uitpakken.
Men kan zich afvragen waarom we in een menselijk lichaam zijn beland en niet in een ander lichaam. Je zou net zo goed een dierlijk lichaam of zelfs een plantaardige gedaante kunnen hebben. Is dat toeval of het lot? Of hangt dat samen met onze vrije wil en is het een gevolg van onze verlangens en daden in het verleden? Waren er voorgaande levens? Onze genen geven hier zeker blijk van en aldus staat het buiten kijf dat we een enorme last aan historische ervaring met daarmee samenhangende culturen met ons meedragen. Zeker brengt het egobelang zegeningen en vervloekingen met zich mee, verfijnde staten van zijn alsook vervloekte staten, aangezien de vrije wil impliceert dat we keuzen maken die dieren niet kunnen maken. We kunnen capaciteiten inzetten die ver reiken voorbij de mogelijkheden in het dieren- en plantenrijk. Deze capaciteiten lijken een zekere soort beheersing te vereisen om er zeker van te zijn dat ze niet worden misbruikt. We willen niet het slachtoffer zijn van een onwetend gebruik van ons menselijk vermogen. Aldus komen we vanuit het egobegrip tot een begrip van angst op basis van onwetendheid.

Daarmee komen we ook uit op een wetsbegrip en een regering om de wet te regelen om er zeker van te zijn dat we een veilig en zeker leven kunnen leven. In dit verband zien we hoe onwetendheid en angst geassocieerd zijn met noties van wettelijke vertegenwoordigers, ambtenaren van staat en implicaties van het hebben van wetten. Vanwege strijdige belangen kan er veel conflict tussen mensen en tussen samenlevingen bestaan in dit opzicht. Dit is allemaal het resultaat van ego.
Verantwoordelijkheid nemend voor de levens van onze fysieke lichamen bestaat er onzekerheid over wat juist gedrag is met ons menselijke vermogen en er zijn geen pasklare antwoorden over hoe we de angst de baas moeten blijven en ons verzekeren moeten van een veilig en gelukkig leven. Daarom bevindt deze afdeling van het persoonlijke ego zich op hetzelfde niveau als de geaardheid onwetendheid. Het ego vormt een natuurlijke staat, het is onvermijdelijk, maar het volstaat niet voor het respecteren van de persoon en het vinden van oplossingen voor de problemen die we noemden. Er kan een goddelijke kwaliteit van ons ego bestaan, men kan allerlei soorten van eer toeschrijven aan het ego, maar er is onvermijdelijk ook een schaduwzijde aan dit gevoel van grootsheid, ingebeeld of niet. Veel oorlog is het gevolg van gekwetste eer, leidend tot nog meer schade aan onze eer. Eer kan escaleren in een negatieve spiraal van wederzijdse vernietiging. Ego kan heel gevaarlijk zijn en bang zijn in dit verband is dan ook gerechtvaardigd. Enkel maar het feit dat we pijn kunnen hebben en dat we allemaal op een dag zullen sterven, volstaat om ons te verzekeren van een diepgewortelde existentiële angst die we niet eenvoudig van ons af kunnen schudden. Zo moeten we dan overwegen wat we nog meer nodig hebben om de persoon te respecteren, zoals we al zeiden.

De tweede afdeling van de persoon treffen we aan als we ons naar binnen keren dan wel naar boven richten. De wereld om ons heen is, simpel gezegd, gevaarlijk en zal ons nooit van onze angsten bevrijden. Ego houdt in dat je de wereld in twee helften opdeelt van enerzijds je eigenbelang en anderzijds alles wat daarmee in strijd is; er zijn vrienden en vijanden. Wat kunnen we daar aan doen? De volkswijsheid spreekt van verlicht eigenbelang, de gouden regel en empathie. Op zichzelf zijn dit losstaande ideeën waar ook machines mee kunnen werken, die door boeken worden uitgedragen, waar een robot mee geprogrammeerd kan worden. Ze moeten samenhangen. Om dit op te lossen hebben we de notie van de geest als het tweede bereik van de levende persoon als we ons naar binnen keren weg van de materiële wereld vol van tegenstellingen die ons dwingen keuzes te maken. Sommigen kunnen dan zeggen: 'dat is slecht', 'dat is escapisme', 'zie de uitdagingen van het ego onder ogen en wees geen loser'. Dat is waar, men moet dat onder ogen zien, maar niettemin kan men niet voortdurend aan de buitenkant leven ter wille van de buitenkant. Een dergelijk perspectief noemen we een -isme. In dit geval materialisme. Het x-isme houdt een zekere gespletenheid van geest in. Het ontkennen van een deel van de werkelijkheid dat niet bij ons zou horen, gaat ten koste van onze geestelijke gezondheid. Een slechte geest, geassocieerd met een slechte geestelijke gezondheid, impliceert dat we grote delen van ons leven uit ons bewustzijn gebannen hebben, hetgeen zich kan voordoen om talloze redenen. Het ego kweekt dit soort van uitbannen voortdurend en we moeten er voor oppassen er niet het slachtoffer van te zijn en een gefragmenteerde, beschadigde en verwrongen persoonlijkheid te worden.
De belangen van het ego moeten niet worden ontkend, maar de innerlijke persoon heeft ook tijd en ruimte, aandacht en zorg nodig. Een gezonde geest is een geest die niet bang is voor tegenstellingen, een geest die zich niet laat vangen in strijdigheden en -ismen. Een gezonde geest vormt een begrip van aandachtigheid dat handelen inhoudt waarin ook rekening gehouden wordt met de diepere lagen van onze persoon. Men moet welbewust overgaan tot een evenwichtsoefening om geestelijk gezond te zijn. Het realisme, pragmatisme, materialisme en soortgelijke -ismen, moeten tegenwicht worden geboden en worden gecompenseerd. We vechten niet tegen -ismen in dat tegengaan en houden ook niet vast aan een van hen als we gezond zijn. Als we gezond zijn, hebben we geleerd met ze te leven door ze actief tegenwicht te bieden b.v. door tegenover realisme mysticisme te plaatsen, pragmatisme met naturalisme af te wegen en materialisme met holisme te neutraliseren. Voor ieder gif is er een tegengif. Men kan overtuigd zijn van een geest die wordt bewogen door mysticisme, naturalisme en holisme, enkel om te ontdekken dat de strijd met een dergelijke opstelling niet voorbij is. Een tegengif mag dan een genezing inhouden, maar je kan er niet steeds mee bezig zijn.
Geest treft men aan op het zelfde niveau als de geaardheid van de creativiteit, de hartstocht, in het tegenwicht bieden en actie ondernemen, om verschillende velden van handelen te dekken en de tijd en de plaats te vinden voor deze noodzakelijke bewegingen van je persoonlijke inzet. Geest - en spiritualiteit - houden dus een actieve betrokkenheid van de persoon in. Geest is een motivator, hij omvat een actieplan, om op een bewuste manier met de wereld om te gaan zonder door de wereld te worden gegrepen en te worden meegesleept langs haar modderpaden van egotegenstellingen. Deze geest van geestelijk gezond zijn is net zo natuurlijk als het denken en de betrokkenheid van het ego is. De geaardheid hartstocht die ermee geïdentificeerd is, is net zo onvermijdelijk als de geaardheid onwetendheid. Die natuurlijke kwaliteit kan niet worden ontkend zonder je geestelijke gezondheid schade te berokkenen. Het ontkennen van deze veelvormige geest - die zo verschillend is voor alle mensen vanwege zijn vele determinanten en uitkomsten - zal zelfs de ontwikkeling van je sociale interactie en persoonlijke relaties ruïneren of blokkeren, alsook je communicatievaardigheden en andere positieve karaktertrekken. Je hele persoonlijke integriteit loopt gevaar als je de noodzaak van de passie, de actie en het je bewegen door sociale en innerlijke velden van handelen ontkent...
Men heeft simpelweg een persoonlijke voorkeur voor spiritualiteit, het ontwikkelen van een vrije geest, nodig om geestelijk gezond te zijn en veel van onze moderne neurose - de pijn en onzekerheid door het gefluister van het duiveltje en engeltje op onze schouders - kan op basis daarvan worden verklaard. Als het ontbreekt aan een zekere spirituele reserve is men gedoemd een slaaf en een slachtoffer te zijn van de materiële wereld vol egostrijd. Maar hartstocht is niet een panacee, er zit ook een schaduwkant aan de hartstocht, zoals je die ook hebt met de geaardheid onwetendheid. Met de hartstocht kan frustratie een valkuil zijn. Plotseling kan men als een blad aan de boom omslaan en veranderen in een kwaaie duivel met de ontdekking dat je hartstocht in geval van frustratie - hetgeen ook iets onvermijdelijks is - de juiste regulatie, terughoudendheid en morele leidraad mist. Met een zekere hartstocht is men niet direct ingesteld op terughoudendheid en zelfbeheersing, integendeel, men is er eerder op uit zich als een rebel te keren tegen beperkingen die ons van buitenaf worden opgelegd. Dit gebrek aan integriteit, dit probleem van het missen van een innerlijke greep en plan van progressie in het leven, van onvolwassenheid in feite of een gebrek aan wijsheid, hangt samen met het verschil tussen lust en liefde, een thema waar we in deze Inspiraties nog vaak op zullen terugkomen.

De derde en laatste afdeling van de persoon als we onze aandacht naar binnen richten betreft de geaardheid goedheid. Goedheid is de ware aard van het zuivere bestaan van de ziel. In die kwaliteit vinden we stabiliteit en geluk. De kwaliteit goedheid vormt een toegangspoort tot die ziel, de kern van het zelfbewustzijn. Dit niveau van bestaan, de ziel, vormt fundamenteel een andere dimensie naast de drie tijdgerelateerde dimensies van het universum met zijn kwaliteiten van de goedheid, de hartstocht en de onwetendheid. Dit is de positie waarin we ons bewust worden van de oorzakelijke instantie, ons ware Zelf en de Oorspronkelijke Persoon die met een eeuwige aanwezigheid staat tegenover de wereld van de tijd. Onze zielen zijn niet tijdgebonden en worden daarom eeuwig genoemd en worden - logisch in het verlengde van deze notie - geclaimd als hebbende het vermogen hun bestaan zelfs na de dood van ons fysieke lichaam voort te zetten. De positie van de ziel vrij van tijd, onwetendheid en de woede die zich voordoet vanuit de geaardheid hartstocht, is een ideale positie die men kan realiseren na enige meditatie. Maar het is allermoeilijkst die positie permanent in te nemen daar ego, geest, begoocheling en passie de ziel voortdurend daar van weg leiden; het is moeilijk die tijdelijke realisatie te veranderen in een duurzame praktijk. Hoewel een verfrissend effect enige tijd kan aanhouden na een effectieve meditatie op de positie van de Allerhoogste Ziel van de Gelukzaligheid en Goedheid, ebt dit effect snel weg vanwege de materiële betrokkenheid van de geest en het ego, om nog maar te zwijgen van het probleem te denken dat men, met het bezetten van deze positie van Hem, als een individuele, materieel geconditioneerde ziel, zelf de Allerhoogste Persoonlijkheid zou zijn - een andere beruchte valkuil.

De geest kan echter worden hervormd ter wille van een betere focus op de ziel. De geest kan getraind worden ten behoeve van een betere motivatie om zich vanuit het ego weg van de materie naar binnen te richten. Slaagt men erin zo'n getrainde toestand te ontwikkelen, dan mag men van zelfherinnering spreken. In feite betreedt men hier een domein van zich oefenen in een proces van emancipatie ten gunste van een algehele hervorming van het karakter. Stevig verankerd in de wijsheid kan dit worden bereikt, maar dat is nog niet zo gemakkelijk als het klinkt, want wijsheid is het soort van kennis waar men niet aan gehecht raakt. En dus worden de voorwaarden voor het standhouden ervan makkelijk verwaarloosd en vergeten. Het vereist, onder andere, een regelmatige praktijk van studie en oefening, een dieet en het indelen van je leven in tijdschema's om ook tot omgang met anderen te kunnen komen in dit streven. Uiteindelijk zullen de persoonlijke werkelijkheden van het ego, de geest en de ziel, met de persoon die worstelt om te komen tot een volledige verwerkelijking van zijn persoonlijke integriteit met deze kwaliteiten, transformeren in werkelijkheden van - respectievelijk - niveau's van een onpersoonlijke, gelokaliseerde en persoonlijke realisatie van de Integriteit van het Absolute Zelf van Heugenis (zie afbeelding).
Dit zijn de niveau's waarmee men geleidelijk aan tot zelfverwerkelijking komt, waarmee men zich emancipeert en bevrijdt van zijn materiële bepaaldheid door het ontwikkelen van een cultuur van toewijding. Naast deze bevrijding is er ook nog dat wat we verlichting noemen. Ongeacht het niveau waarop we ons bevinden moeten we steeds in meditatie snel verlichting kunnen vinden van de strijdigheid van de tegenstellingen van de materiële wereld. Dit lukt alleen door te mediteren. Zo is er dan een 'verticale' beweging naar een hoger niveau die we bevrijding noemen en een 'horizontale' beweging door verschillende posities op ieder niveau die we verlichting noemen. Deze posities noemen we de positie van de tijd (de wisselwerking van de drie kwaliteiten), de materie (de topografie van buiten naar binnen) en de persoon (de drie eigenschappen van de mediterende persoon). Het doel van de 'verticale' of verheffende richting van bevrijding bestaat uit het ontwikkelen van goedheid, van 'zielsbesef' of geweten en van gelukzaligheid in emancipatie. Het doel van de horizontale transcenderende beweging door overstijging in meditatie bestaat uit het ontwikkelen van waarheidszin of puur en duurzaam zijn, van bewustzijn of zuiver onderscheid en kennis en ten slotte van gezondheid in lichamelijk en geestelijk opzicht ofwel geluk, wat samen in India sat, cit en ananda wordt genoemd. Geluk en gelukzaligheid, de verrukking van het geluk, vormen het raakvlak, de gemeenschappelijke noemer, van de bevrijding en verlichting. De drie kenmerken van bevrijding en de drie kenmerken van verlichting vormen samen de integriteit van de Persoon die Ons Steeds Leidt, de samenhang van de transcendentie in meditatie en de verheffing in emancipatie waar we steeds naar streven. Wat gebeurt er nu precies op ieder niveau als we mediteren en de zaak van onze ontwikkeling van dienst zijn?
Op het eerste onpersoonlijke niveau zal het ego moeten leren verlichting te vinden met, of verzoening te vinden in, een visie op de waarheid. Een belangrijk aspect van het idee van de waarheid is dat die van toepassing is op alle plaatsen waar men zich kan bevinden. In het belang van de waarheid moeten we vrij zijn van illusies, van verkeerde voorstellingen die we echter makkelijk krijgen met de wisselende aard van de basiskwaliteiten van de materiële natuur. Dat belang houdt feitelijk een puur, wetenschappelijk en filosofisch, min of meer waardevrij, onpersoonlijk gewaar zijn in, een staat van zuiver zijn. Het eerste niveau van zelfverwerkelijking biedt niet direct ruimte voor een innerlijke wereld die verschilt van een buitenwereld. Met ons ik-besef, ons ego, zijn we, verlichting vindend in meditatie, aldus wetenschappelijk denkend, allereerst helemaal niet zo persoonlijk als de term ego wel suggereert. Het ego betreft slechts een identificatieprincipe met het voertuig van de tijd dat het lichaam is, en dat lichaam op zich, functioneert op basis van natuurlijke mechanismen waar we, net als dieren, niet direct bij nadenken, dat lichaam spreekt instinctief geheel voor zich. Maar je hebt een lichaam en bent dat lichaam niet. Dat basisinzicht, dat zich vanuit de constante aanwezigheid van het ware zelf, de ziel, ontwikkelt, vormt het begin van het zelfverwerkelijkingsproces op dit niveau. Zo gauw men in kennis is van deze waarheid, verdwijnt de identificatie en transformeert het ego van een vals ingebeeld, in een waar en een waarachtig Ik-besef op het volgende lokale niveau. Met de waarheid als de motor transformeert aldus de onwetendheid dan in hartstocht of een besef van leven en beweging, transformeert het ego in een zuivere bevrijde geest en transformeert de waarheid zelf van een puur aanwezig zijn uiteindelijk in een gezuiverd bewustzijn.
Op het volgende niveau, het lokale niveau van realisatie, zijn we minder algemeen en meer persoonlijk bezig. Het denken moet daar in meditatie tot bewustzijn komen, tot een zeker besef van een stabiele persoonlijke aanwezigheid die meer is dan die van het lichaam alleen. Dat bewustzijn vormt een volmaakt punt van bemiddeling tussen de persoonlijke, alomtegenwoordige ziel en de volle realisatie op het eerste niveau van de realiteit van het verenigde onpersoonlijke Zelf van in feite het hele universum. Een dergelijke lokale positie tussen het algemene en persoonlijke in, houdt daarom een fusie in van een groter, meer dan jij alleen, kosmisch bewustzijn en het individuele bewustzijn. Die fusie leidt voor de geest, na de nodige beroering in hartstocht, met de energie die vrijkomt met het loslaten van het ego, tot een besef van verheven zijn boven de relatieve waarheid. Dat besef vormt de poort om uit te stijgen boven de persoonlijke lokale grenzen. Die verheffing in bewustzijn op lokaal niveau doet de gewetensfunctie ontwaken en schept verbondenheid met anderen. Deze tweede fase van emancipatie tot een hoger bewustzijn tussen het persoonlijke en onpersoonlijke in, verschaft een acute ervaring van je omgeving, van je hier en nu. De geest beweegt zich daarin van het domein van materiële verdelingen en verdeeldheid in de richting van een verheven zelf. Voor de geest is het in het emancipatieproces allereerst van belang een stabiel bewustzijn te ontwikkelen. Lukt dat, dan kan men dat ervaren als een vervolmaking van de mentale en lichamelijke gezondheid, van een goede harmonie van gedachten en gevoelens. Men komt er in een geestelijk en ook fysiek positief opzicht mee in beweging, men ontwaakt uit zijn materiële sluimer, er komt een einde aan het slaapwandelen van gedicteerd zijn door de prikkeling van je zintuigen.
Op het volgende, derde niveau bereikt men vanuit de lokale geest de realisatie van de ziel. Men komt dan op het hoogste persoonlijke niveau van zelfrealisatie. Die ziel ontstegen aan het ego en de geest is afhankelijk van de geaardheid goedheid die, mits toegewijd in praktijk gebracht, de realisatie stabiel maakt. De gelukzaligheid van de Allerhoogste Persoon ligt dan binnen bereik. Met de goedheid en aanwezigheid van de Persoon van de Transcendentie komt men tot inzicht en kennis van de persoon die men zelf is in relatie tot de Persoon van de Gelukzaligheid, Kennis en Eeuwigheid. Men realiseert zich zijn eigen unieke wezensaard van dienst verlenen aan die verhevenheid. De Allerhoogste Persoon vormt de uiteindelijke integriteit met al Zijn mysterieuze en ondoorgrondelijke perfectie die de realisatie van een ieder volkomen dekt. Men kan van Hem een glimp van de waarheid van het eeuwige geluk ontvangen met tranen die je over je wangen lopen, met inzichten in je persoonlijke aard voorbij het leven dat men leidt en gevoelens van speciale genade en gelukzaligheid. Maar het is onmogelijk deze staat van een mystieke ervaring van eenheid permanent vast te houden en Hem ten volle te blijven in dezen. Men kan slechts stap voor stap door te handelen in goedheid toewerken naar een grotere stabiliteit en realisatie in dit opzicht. Het resultaat zal een gelukkiger leven zijn en dat geluk vormt het eerste motief van de ziel. Dit is het niet-materiële geluk, het spirituele geluk van de bevrijding dat de zin vormt van ons bestaan, dat de zin vormt van al onze handelingen. Dit te hebben vergeten is wat ten grondslag ligt aan al onze problemen. Als vreemden voor de Ziel zijn we verloren in de materiële wereld. 

Deze hele weg van emancipatie en bevrijding in toewijding en van verlichting en overstijging door meditatie, waarin we van onwetendheid komen tot verwerkelijking van de Ideale Persoon, is wat men ware vooruitgang mag noemen in tegenstelling tot de valse begrippen van vooruitgang in de zin van het verwerven van meer weelde, status of macht. De bedoeling van ons verhaal is stap voor stap deze betere zin voor de waarheid te bereiken, deze betere staat van bewustzijn en deze meer duurzame vorm van geluk, door met verhalen van wijsheid het ego te motiveren tot dienstbaarheid, de geest te bewegen tot overgave en de ziel tot de realisatie te brengen van Zijn uiteindelijke en oorspronkelijke, aanhoudende verbondenheid. We zullen daarmee het werk vinden dat we steeds zochten, we zullen daarmee samenwerking tot stand brengen met anderen die ook dat werk vrij van karma ontdekt hebben en we zullen horen bij de bevrijde zielen van toewijding die deel uitmaken van de Persoon vanbuiten zowel als de Persoon vanbinnen. We zullen ermee terugkeren naar huis, terug naar de Allerhoogste Persoon die onze oorspronkelijke aard vormt...

Bron voor deze Inspiratie:
S.B. Canto 1, Hoofdstuk 2






The Person

De Persoon

Admin edit SideBar

Blix theme adapted by David Gilbert, powered by PmWiki